| lyric | 1. Komt, vrienden, in het ronde, minaars van eenen stiel, ik zal u gaan verkonden, hoe ik door’t slijpers wiel, den kost verdien voor vrouw en kind, schoon bloot gesteld aan sneuw en wind. Terlierelom, terla! Van links-om, rechts-om draait mijne steen door het roeren van mijn been. |